company logo
HeidelbergCement in de Benelux

Beton volgens de norm

Beton volgens de Europese norm NEN-EN 206-1 en de Nederlandse aanvulling NEN 8005

Alle betonmortelproducten hebben na invoering van de nieuwe Europese norm NEN-EN 206-1 een andere benaming gekregen. De betontechnologische veranderingen zijn gering. De meest ingrijpende wijziging hebben de milieuklassen ondergaan.

En hoewel we voorlopig nog vaak met de oude norm zullen werken, is het van groot belang dat we ons deze nieuwe taal eigen maken. Dit heeft dus consequenties op de bestellingen van betonmortel.

Bij het bestellen van betonmortel is het belangrijk de volgende vijf basisgegevens door te geven:

  1. Sterkteklasse
  2. Milieuklasse(n)
  3. Consistentieklasse
  4. Korrelgroep oftewel Dmax
  5. Chlorideklasse

Sterkteklasse

De sterkteklasse is een maat voor de druksterkte van beton. De sterkteklasse is gebaseerd op de karakteristieke druksterkte na 28 dagen, uitgedrukt in N/mm².

In de Europese norm NEN-EN 206-1 en de Nederlandse aanvulling NEN 8005 wordt de sterkteklasse aangeduid met een C(oncrete)-waarde en dus niet met de B(eton)-waarde zoals in de Voorschriften Beton Technologie (VBT 1995). De sterkteklassen voor lichtbeton worden aangeduid met de letters LC (light-weight concrete).

Een verandering ten opzichte van de VBT is ook de numerieke aanduiding van sterkteklassen. In NEN-EN 206-1 worden twee getallen gebruikt voor het aanduiden ervan. Bijvoorbeeld C 35/45. Het eerste getal staat voor de karakteristieke druksterkte bij beproeving op cilinders. Het tweede getal geeft de karakteristieke druksterkte bij beproeving op kubussen, beter gezegd, de karakteristieke kubusdruksterkte, zoals wij gewend waren.

De sterkteklasse is vaak al in het bestek opgenomen.

Sterkteklassen normaal en zwaarbeton(op te geven door constructeur)   Sterkteklassen lichtbeton
C 12 / 15    
C 20 / 25   LC 12 / 13
C 28 / 35   LC 20 / 22
C 35 / 45   LC 30 / 33
C 45 / 55   LC 40 / 44
C 53 / 65 - Starcrete®   LC 50 / 55
C 60 / 75 - Starcrete®   LC 60 / 66
C 80 / 85 - Starcrete®   LC 70 / 77
C 90 / 105 - Starcrete®   LC 80 / 88
Uitleg:

C X / Y

C = concrete, beton
X = karakteristieke cilinderdruksterkte
Y = karakteristieke kubusdruksterkte

  LC = light concrete, lichtbeton


Milieuklasse(n)

Hiermee wordt de omgeving bedoeld waaraan de constructie (of een onderdeel daarvan) wordt blootgesteld, tijdens het gebruik. Er kunnen meerdere milieuklassen van toepassing zijn.

De beschrijving van de diverse milieus is evenals in de VBT gebaseerd op het risico van aantasting van de wapening, aantasting van het beton door vorst- en dooizouten en chemische aantasting van het beton.

De indeling van de milieuklassen is geheel gewijzigd. Onderscheiden wij in de VBT acht milieuklassen, NEN-EN 206-1 kent zes hoofdgroepen, met een onderverdeling in totaal 18.

Het is niet mogelijk de nieuwe milieuklassen rechtstreeks te koppelen aan de oude milieuklassen. Diverse pogingen die ondernomen zijn, hebben geen eenduidig en juridisch waterdicht resultaat opgeleverd.

Aantastingsmechanisme Klasse Omgeving
Geen aantasting XO
Geen risico op corrosie of aantasing
XO voor beton zonder wapening of ingesloten metalen, behalve bij vorst, dooi of chemische aantasting
Aantasting wapening XC
Corrosie ingeleid door
carbonatatie
XC1 droog of blijvend nat
XC2 nat, zelden droog
XC3 matige vochtigheid
XC4 wisselend nat en droog
XD
Corrosie ingeleid door chloriden anders dan afkomstig uit zeewater
XD1 matige vochtigheid
XD2 nat, zelden droog
XD3 wisselend nat en droog
XS
Corrosie ingeleid door chloriden 
XS1 zouthoudende lucht
XS2 blijvend onder zeewater
XS3 getijde-, spat- en stuifzone
Aantasting beton XF
Aantasting door vorst/dooiwisseling met of zonder dooizouten
XF1 niet-volledig verzadigd met water, zonder dooizouten
XF2 niet-volledig verzadigd met water, met dooizouten
XF3 verzadigd met water, zonder dooizouten
XF4 verzadigd met water, met dooizouten of zeewater
XA
Chemische aantasting
XA1 zwak agressieve omgeving
XA2 matig agressieve omgeving
XA3 sterk agressieve omgeving

Milieuklassen stappenplan

Met onderstaand stappenplan zijn op een eenvoudige manier de verschillende milieuklassen van een bouwdeel te bepalen. Per bouwdeel moet eerst de situering worden bepaald. Daarna kiest u een kolom die u verder moet aanhouden. Dit stappenplan geldt alleen voor de gangbare constructies en niet voor bijzondere gevallen. Aan dit stappenplan kunnen dus ook geen rechten worden ontleend.

Klik op de afbeelding om deze te vergroten.


Consistentieklasse

Als maat voor de verwerkbaarheid wordt in het vervolg gewerkt met consistentieklassen in plaats van consistentiegebieden. De keuze van de consistentie is afhankelijk van het te storten bouwdeel (afmeting, wapeningsdichtheid) en de wijze van verdichten.
Aanduiding Verdichtingsmaat C Zetmaat S (mm) Schudmaat F(mm)
Droog C0    
Aardvochtig C1 S1 F1
Half plastisch C2 S2 F2
Plastisch C3 S3 F3
Zeer plastisch   S4 F4
Vloeibaar   S5 F5
Zeer vloeibaar     F6


Korrelgroep

De keuze voor de grootste korrelafmeting wordt bepaald door de dichtheid van de wapening en de gewenste verwerkbaarheid. 

Korrelgroep Dmax
4 -8 mm 8 mm
4 - 16 mm 16 mm
4 - 32 mm 32 mm


Chlorideklasse

Met de chlorideklassen wordt het maximaal toelaatbare gehalte aan chloriden in beton aangeduid. Dit is belangrijk te weten met het oog op de bescherming van de wapening tegen corrosie. Het maximale gehalte aan chloriden (Cl) in gewapend beton wordt uitgedrukt als percentage (m/m) ten opzichte van de hoeveelheid cement. De chlorideklasse hangt af van de aard van de constructie.

Chlorideklasse  
Cl 1,0 Ongewapend beton
Beton zonder wapening of ingesloten metalen,
met uitzondering van corrosievaste hijsvoorzieningen
Cl 0,40 Gewapend beton al dan niet met nagerekt voorspanstaal
Cl 0,20 Gewapend beton met voorgerekt voorspanstaal

Quicklinks